Deze content is niet beschikbaar in jouw taal.

Organisaties bewaren vaak gegevens in hun directory waarvoor de standaardgebruikersvelden niet volstaan, zoals een kostenplaats, pasnummer of gebouw. In lokale Active Directory (AD) staan deze gegevens in aangepaste of extensiekenmerken die kunnen worden gesynchroniseerd met Microsoft Entra ID. Organisaties die uitsluitend in de cloud werken, kunnen soortgelijke gegevens rechtstreeks aan Entra ID toevoegen.

De webonderdelen Vitextra Employee Directory kunnen deze kenmerken tonen op SharePoint-sites en in Microsoft Teams. Dit artikel beschrijft welke Entra ID-kenmerken worden ondersteund, hoe u hun exacte namen vindt en hoe u deze als aangepaste kolommen toevoegt aan:

  • het webonderdeel Employee Directory (Entra ID) en
  • het webonderdeel Employee Directory met de gegevensbron Entra ID (Azure AD).

💡 Tip
Bij de gegevensbron Gebruikersprofielen haalt Employee Directory aangepaste kenmerken uit SharePoint-gebruikersprofielen en beheerde zoekeigenschappen. Zie KB10049. Aangepaste gebruikersprofielkenmerken toevoegen aan het webonderdeel Employee Directory.

Ondersteunde kenmerken

Beide webonderdelen lezen Entra ID-gegevens via Microsoft Graph. Een aangepaste kolom is de naam van een eigenschap van het Graph-gebruikersresourcetype. Het webonderdeel vraagt deze samen met de ingebouwde velden op. Drie soorten namen worden ondersteund:

KenmerktypeWat u invoert bij KolomVoorbeeld
Directory-extensies - aangepaste kenmerken die via Microsoft Entra Connect vanuit lokale AD worden gesynchroniseerd of door een toepassing worden geregistreerdDe volledige extensienaam in de vorm extension_{appId}_{attributeName}, met {appId} als toepassings-id zonder koppeltekensextension_8f2a1c0e4b7d4c3a9e6f5d4c3b2a1f0e_costCenter
On-premises extensiekenmerken - de 15 kenmerken extensionAttribute1–extensionAttribute15, oftewel aangepaste Exchange-kenmerken, gesynchroniseerd vanuit AD of ingesteld voor uitsluitend cloudgebruikersAlleen de kenmerknaam; het webonderdeel leest de waarde uit onPremisesExtensionAttributesextensionAttribute1
Andere gebruikerseigenschappen waarvoor geen ingebouwd veld bestaatDe Graph-eigenschapsnaamemployeeHireDate, faxNumber, preferredLanguage, usageLocation

Aangepaste kenmerken hebben in Entra ID andere namen dan in lokale AD. Een AD-kenmerk zoals costCenter verschijnt na synchronisatie als directory-extensie bijvoorbeeld als extension_{appId}_costCenter. Gebruik altijd de exacte naam die Microsoft Graph retourneert; namen zijn hoofdlettergevoelig.

❗ Belangrijk
Schema-extensies en open extensies worden niet ondersteund. Vermijd ook gebruikerseigenschappen die Microsoft Graph alleen voor één gebruiker retourneert en niet in een gebruikerslijst, zoals aboutMe, skills, interests, hireDate en mySite. Als een aangepaste kolom naar zo'n eigenschap of een niet-bestaande naam verwijst, kan de lijst de gebruikers niet laden en verschijnt een foutmelding.

Fout door een niet-ondersteunde eigenschap

Fout door een niet-ondersteunde eigenschap

Vereisten

U kunt kenmerknamen vinden met Graph Explorer of Microsoft Graph PowerShell. Hieronder wordt PowerShell gebruikt. Open PowerShell en installeer de Microsoft Graph PowerShell SDK:

Install-Module Microsoft.Graph -Scope CurrentUser

📝 Opmerking
De oudere PowerShell-modules AzureAD en MSOnline zijn buiten gebruik gesteld. Gebruik de onderstaande Microsoft Graph PowerShell-cmdlets in plaats van Connect-AzureAD en Get-AzureADUser.

Verbinding maken met uw omgeving

Maak verbinding met Microsoft Graph met machtigingen om gebruikers en directorygegevens te lezen:

Connect-MgGraph -Scopes "User.Read.All", "Directory.Read.All"

U wordt gevraagd zich aan te melden met uw werkaccount en zo nodig toestemming te geven voor de gevraagde machtigingen.

Verbinding maken met Microsoft Graph met een werkaccount

Verbinding maken met Microsoft Graph met een werkaccount

Aangepaste kenmerken opvragen

Voer de volgende opdracht uit om de directory-extensies van uw tenant weer te geven:

Get-MgDirectoryObjectAvailableExtensionProperty | Select-Object Name, DataType, IsSyncedFromOnPremises

De kolom Name bevat de volledige namen (extension_{appId}_{attributeName}) voor het webonderdeel. Extensies waarbij IsSyncedFromOnPremises is ingesteld op True, komen uit lokale AD.

Vervang dbadmin@vitextra.onmicrosoft.com door de aanmeldnaam van een gebruiker met de gewenste kenmerken en voer de volgende opdrachten uit om de waarden te controleren:

$userLogin = "dbadmin@vitextra.onmicrosoft.com"

# extensionAttribute1–15
(Get-MgUser -UserId $userLogin -Property "onPremisesExtensionAttributes").OnPremisesExtensionAttributes | Format-List

# a directory extension (use a name from the list above)
(Get-MgUser -UserId $userLogin -Property "extension_8f2a1c0e4b7d4c3a9e6f5d4c3b2a1f0e_costCenter").AdditionalProperties

Graph Explorer retourneert dezelfde gegevens via GET https://graph.microsoft.com/v1.0/users/{user}?$select=displayName,onPremisesExtensionAttributes en POST https://graph.microsoft.com/v1.0/directoryObjects/getAvailableExtensionProperties.

Aangepaste kenmerken van een gebruikersobject in Microsoft Entra ID

Aangepaste kenmerken van een gebruikersobject in Microsoft Entra ID

Eigenschappen van het webonderdeel

U stelt aangepaste kolommen in beide webonderdelen op dezelfde manier in:

  1. Open de pagina met het webonderdeel, selecteer Bewerken en daarna het potloodpictogram van het webonderdeel om het eigenschappenvenster te openen.
  2. Controleer bij Employee Directory in de sectie Gegevensbron of Gegevensbron op Entra ID (Azure AD) staat. Selecteer Configureren onder Aangepaste kolommen.

Aangepaste kolommen in de instellingen

Aangepaste kolommen in de instellingen
  1. Het venster Kolommen wordt geopend. Voer in de lege rij onderaan de kenmerknaam in bij Kolom en het label voor gebruikers bij Bijschrift. Kies waar de kolom wordt getoond.
  2. Selecteer Nieuw item toevoegen, het plusteken aan het einde van de rij. Herhaal dit voor elk gewenst kenmerk.
  3. Pas de positie aan met Volgorde en selecteer Opslaan.
  4. Publiceer de pagina om de aangepaste kenmerken beschikbaar te maken.

Instellingen voor aangepaste kolommen

Instellingen voor aangepaste kolommen

Elke aangepaste kolom heeft de volgende instellingen:

InstellingBeschrijving
Toon in de lijstToont het kenmerk in de weergave Details en neemt het op in de Excel-export. Standaard geselecteerd voor een nieuwe rij.
Toon op de kaartToont het kenmerk in het detailvenster dat verschijnt wanneer u een persoon selecteert.
Kan worden doorzochtAlleen Employee Directory (Entra ID). Het zoekvak doorzoekt ook dit kenmerk.
KolomDe kenmerknaam, zoals beschreven bij Ondersteunde kenmerken. Verplicht.
BijschriftHet label in de kolomkop en het detailvenster. Verplicht.
VolgordeDe positie tussen de aangepaste kolommen. Deze volgen na de ingebouwde kolommen.

Selecteer Rij verwijderen, het prullenbakpictogram aan het einde van de rij, en daarna Opslaan om een aangepaste kolom te verwijderen.

📝 Opmerking
Employee Directory bewaart één lijst met aangepaste kolommen voor beide gegevensbronnen en biedt geen optie Kan worden doorzocht. Als u Gegevensbron wijzigt in Gebruikersprofielen, vervangt u de Entra ID-kenmerknamen door beheerde zoekeigenschappen zoals beschreven in KB10049.

Na het opslaan verschijnen aangepaste kenmerken met Toon op de kaart in het detailvenster als de persoon een waarde heeft:

Detailvenster van een medewerker

Detailvenster van een medewerker

Waar aangepaste kolommen verschijnen

U kunt aangepaste kolommen op dezelfde plaatsen gebruiken als ingebouwde velden:

📝 Opmerking
Employee Directory (Entra ID) bewaart een kopie van de lijst in de browser en vernieuwt deze automatisch na 24 uur. Als u aangepaste kolommen wijzigt, worden de gegevens voor u opnieuw geladen. Andere gebruikers zien nieuwe waarden na de volgende vernieuwing of direct als zij Vernieuwen naast Laatst bijgewerkt selecteren.

Samenvatting

Aangepaste Entra ID-kenmerken - directory-extensies uit lokale AD, extensionAttribute1–extensionAttribute15 en andere gebruikerseigenschappen - breiden uit wat de Employee Directory-webonderdelen tonen in SharePoint en Microsoft Teams. Zoek de exacte naam via Microsoft Graph PowerShell of Graph Explorer, voeg deze toe bij Aangepaste kolommen en kies of het kenmerk in de lijst, het detailvenster, de zoekfunctie, groepen of de export verschijnt.

Vragen en antwoorden

Stel een vraag over dit artikel en ontvang een officieel antwoord van ons team.

Er zijn nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Uitgelichte artikelen

Aangepaste gebruikersprofielkenmerken toevoegen aan het webonderdeel Employee Directory

Toon aangepaste SharePoint-gebruikersprofieleigenschappen in Vitextra Employee Directory: indexeer de eigenschap, koppel deze aan een opvraagbare beheerde eigenschap en voeg deze toe als aangepaste kolom voor lijsten, kaarten, groepering en Excel-export.

6 min
De weergave van zoekresultaten in Smart Search aanpassen

Lees hoe u bepaalt wat elk zoekresultaat in het Vitextra Smart Search-webonderdeel voor SharePoint Online toont: pictogram, pad, wijzigingsdatum, weergaven, bestandsgrootte, samenvatting, labels, miniatuur en gebruiksstatistieken, van een compacte lijst tot een uitgebreide resultaatkaart.

4 min
Items ordenen met mappen en tags in Password Vault

Orden items in Password Vault met mappen en tags: mappen kiezen, tags invoeren en opschonen, filteren, hernoemen en verwijderen en een praktische indeling.

6 min

Delen